"We hebben in de loop der jaren veel voordeuren weten te redden"

Een gesprek met een van de trainers van Bouwradius levert altijd mooie anekdotes op. Zo ook het gesprek met Anton Kooij, al zo’n vijftien jaar trainer bij Bouwradius, waar hij onder meer de training Schadebeperkend openen van deuren en ramen geeft. 

Vraag vanuit de markt
Tijdens zijn werkzaamheden als beveiligingsadviseur voor een leverancier van hang- en sluitwerk kreeg Anton Kooij steeds meer vragen van architecten over de regelgeving in het Bouwbesluit aangaande het inpassen van ramen en deuren in een gebouw. Maar ook kwamen er vragen uit de markt over hoe men het beste vergrendelde ramen en deuren kon openen in het geval van calamiteiten, bijvoorbeeld als een deurwaarder of nooddienst een gebouw moest binnentreden. Reden voor Kooij om trainingen te gaan geven waarin hij zijn opgedane kennis kon delen. 
 
Het verloop van de training
Kooij vertelt dat hij eerst begint met een “stukje theorie”. Dat is belangrijk, want het is een discipline die onzichtbaar is, legt hij uit. In het theoriegedeelte krijgen de cursisten beelden te zien van de binnenkant van een cilinder en hoe je de beveiliging van een cilinder kunt omzeilen. Daarna volgt de gang naar het praktijklokaal, waar een aantal deuren met verschillend beslag en beveiliging staat opgesteld. Want: “het zelf doen, dat is toch de beste leerschool,” volgens Kooij. De cursisten gaan individueel met een raam of deur aan de slag. Dit is een must, omdat men op deze wijze van elkaar kan leren en verschillende technieken en varianten van het schadevrij openen onder de knie krijgt. 

Maar het gebeurt ook vaak dat cursisten zelf een beveiligingsprobleem aandragen dat zij in de praktijk tegenkomen. En daar steekt iedereen weer iets van op. Zelfs de trainer, vertelt Kooij geamuseerd tijdens het gesprek. Want er zijn veel variaties en er wordt natuurlijk doorontwikkeld op slimme beveiliging, waardoor zelfs de ervaren trainer nog regelmatig wordt uitgedaagd. 

Enorme besparing
Het levert volgens Kooij een enorme besparing op als een (voor)deur kan worden hergebruikt. Hij geeft een voorbeeld van een woningcorporatie, waar hij vaak trainingen geeft. Een nieuwe voordeur kost de corporatie gemiddeld 1500 euro, dus het is niet zo vreemd dat zij iedere nieuwe werknemer naar de cursus bij Bouwradius sturen. Volgens Kooij zijn er al heel wat deuren gered door de training Schadebeperkend openen!
Wat men ook niet moet onderschatten is de werkdruk die een timmerman ervaart als hij door zijn werkgever “wordt meegestuurd”, zoals Kooij dat treffend uitdrukt, met een deurwaarder. Zo een timmerman moet dan buiten zijn comfortzone aan het werk, met de deurwaarder en de politie die over zijn schouder meekijken en die natuurlijk ook gespannen zijn voor wat komen gaat. Bij een training gaat Kooij dan ook altijd, met een clubje anderen, achter een timmerman staan tijdens zijn werk, om die werkdruk na te bootsen, zodat hij te zijner tijd beter is voorbereid op de situatie. 

Nederland: land van variatie
Geen land ter wereld heeft zoveel verschillende deuren en sloten als Nederland, legt Kooij aan het einde van het gesprek uit. In andere landen is er veel meer regelgeving, als het om de eisen gaat waar deuren aan moeten voldoen. Zo werkt men in Nederland graag met houten deuren, terwijl in het buitenland vaak kunststof of aluminium de norm is. Een voordeur was in Nederland vaak een mooie mogelijkheid voor de architect om een persoonlijke noot aan het gebouw toe te voegen, wat dan ook veelvuldig gebeurde. Inmiddels heeft Nederland wel een behoorlijke inhaalslag gemaakt, waar het op regelgeving aankomt.